Door Tamara Jonkman


Ik ontmoet Annemieke Kooijman op het Science Park, druk in voorbereiding voor de veldwerken van de bachelorthesissen van dit jaar. Gelukkig heeft ze een momentje gevonden om ons bij te praten over het boek ‘Cuesta landscape of the Luxembourg Gutland’, waar Erik Cammeraat tijdens het Lente symposium naar refereerde. Het boek combineert een terugblik op de vele veldwerken die er hebben plaatsgevonden met een overzicht van de kennis die tijdens deze veldwerken is opgedaan.


1. Annemieke, vanwaar dit boek?

‘Wel, er hebben gedurende 50 jaar promovendi onderzoek gedaan en het studenten veldwerk heeft bijna 25 jaar standgehouden. Volgens mij was de schrijver W.F. Hermans een van de eersten die promoveerde in het gebied, en Erik (Cammeraat) in 1992 een van de laatsten.’ Ze geeft aan dat dit dan ook de oorspronkelijke motivatie was voor het boek. ‘Zoveel kennis mocht niet zomaar verloren gaan vonden Erik, Harry (Seijmonsbergen) en ik. Wij zijn in 2011 begonnen met het boek en het was oorspronkelijk ook de bedoeling hier mee klaar te zijn op het moment dat het laatste veldwerk plaatsvond in 2012.’

2. Zelf ben je ook een flinke periode betrokken geweest bij al het werk in Luxemburg.

‘Klopt. Ik begon rond 2000 met onderzoek in het gebied en heb daarvoor en daarna veel jaren de veldwerken begeleid. Het huidige veldwerk (één week voor FPS studenten) begeleid ik ook, en zet het leerproces voor de studenten voort in de daaropvolgende cursus. Helaas is er geen ruimte meer in het huidige curriculum voor de vijf tot zes weken die het Luxembourg veldwerk voorheen besloeg.’


3. Nu de bachelor Aardwetenschappen bij de UvA weg is; verdwijnt het onderdeel Luxemburg zoals die onder de alumni bekend is nu dan in zijn geheel voor de opleidingen van de UvA?

‘Wij zijn bezig, nadat de laatste lichting van onze eigen studenten die het Luxemburg veldwerk heeft meegemaakt onze master heeft afgemaakt, een mastercursus Luxemburg veldwerk te ontwikkelen. De complexiteit van het Luxemburgse landschap leent zich hier goed voor, met name de specifieke bodem-vegetatie interactie.’


4. Wat zijn jouw beste herinneringen aan de veldwerken?

‘Ik vond het zelf erg leuk om met Annemiek (Smit) te discussiëren over de herkomst van het grind in de Keupermergel, kwam het uit de conglomeraatlagen of toch van de rivierterrassen? En verder was ook de realisatie van het mechanisme dat achter de stikstofmineralisatie zat in de beukenbossen in Luxembourg een mooi moment voor mij, vooral omdat het zo tegen verwachting in was. Het waren hier namelijk de omgevingsfactoren, voornamelijk het moedermateriaal, die de grootste invloed haden op de N cyclus in plaats van de vegetatie. Als er ruimte en tijd voor was zou ik graag nog verder onderzoek willen doen naar de fosfaatbeschikbaarheid en de link met de verschillende landschapseenheden. Je ziet in de beukenbossen op het zandsteen bijvoorbeeld dat er een hoge stikstof en fosforbeschikbaarheid is, terwijl dit precies andersom is voor de haagbeukgemeenschappen op de Keupermergel en in de Muschelkalk.


5. Het klinkt alsof je er nog lang niet mee klaar bent?

Het onderzoek in dit gebied is misschien al vele jaren gaande maar er zijn nog steeds onderwerpen die niet tot nauwelijks zijn aangeboord. Ik zou graag nog verder willen ingaan op de complexiteit van de relatie tussen de standplaats van de bosgemeenschappen en de invloed die deze bomen zelf op hun standplaats hebben.’ Annemieke vertelt hoe belangrijk het soms kan zijn om mensen met een andere achtergrond of perspectief mee het veld in te nemen. ‘Grappig genoeg was het verschil in standplaatsomstandigheden al wel eerder opgevallen door de verschillende aardwetenschappers die er veldwerk deden of hadden gedaan, maar het was pas toen ze een bioloog mee het veld innamen dat het duidelijk werd dat deze omstandigheden duidelijk ook een belangrijke ecologische grondslag hadden.’


6. In het boek is er ruimte genomen om alle verschillende onderwerpen de revue te passeren.

‘In het eerste deel beginnen de hoofdstukken met de geschiedenis van het veldwerk in Luxembourg en gaan verder met de geologie en de geomorfologie van het gebied. De hoofdstukken hebben allemaal verschillende schrijvers, waaronder ook een aantal lokale autoriteiten. Er is ook duidelijk moeite gedaan om het boek niet alleen een opsomming van verschillende onderzoeksresultaten te laten zijn. In het tweede deel komt de geo-ecologie naar voren; de invloed van bosgemeenschappen in het landschappen wordt bijvoorbeeld naar voren gebracht. Maar in dit deel komt er ook een hoofdstuk waarin een aantal oud-studenten een terugblik op hun ervaring van het Luxemburgveldwerk doen. Je krijgt in dit deel dus ook weer een combinatie van onderzoek met geschiedenis. In het derde deel van het boek komt voornamelijk de bodemvorming in de Keuperbossen weer terug en ligt de nadruk op de onderzoeken die hier naar zijn gedaan. Het laatste (4e) deel zal voornamelijk synthese zijn en praktische implicaties behandelen.’


7. Het klinkt heel erg leuk. Wanneer zullen wij het boek kunnen aanschaffen?

‘De bedoeling is om het dit jaar (2014) af te ronden en uit te brengen. Wij hebben Springer Verlag als uitgever weten te trekken en het boek zal zo’n 25 a 30 euro gaan kosten en ook beschikbaar zijn als pdf of per hoofdstuk.’

Een mooi puntje voor op de verlanglijst van menig alumni dus. Wij van de redactiecommissie van Lulofs wensen Annemieke, Erik, Harry en allen die bijdragen in ieder geval veel succes met het afronden van het boek en kijken uit naar het resultaat.


Links:

  Last edit: 2014-05-25 20:29:23.